Monthly Archives: November 2011

Deel drie uit het drieluik: ‘De moeder’

In deel drie van het drieluik ‘Bijzondere rollen in het leven van…’ waarin ik een drietal rollen van mensen uit mijn omgeving beschrijf, staat ‘de moeder’ centraal.

Mijn moeder is gek op haar kleinzoons, dat was vanaf dag één al duidelijk. Het liefst had ze om de hoek gewoond, maar dat is helaas niet het geval en het ziet er ook niet uit dat dat gaat gebeuren. Ook voor haar was het schrikken dat Olivier Downsyndroom had, maar ik heb het idee dat zij al snel aan het feit gewend was. Ook zij had een beeld van Down wat bijgesteld moest worden. Ook zij wist te vertellen dat ‘ze allemaal zo…’ zijn, maar inmiddels weet ze wel beter en doet erg haar best niet meer in deze valkuil te stappen.

Mijn moeder heeft een mening, maar ze zal deze in tegenstelling tot ‘de criticus’ weloverwogen ventileren. En dat is fijn. Mijn moeder heeft niet de drang dingen te zeggen ‘omdat het nou eenmaal kan.’ Nee, zij zal zich eerst bedenken hoe het over komt en wat het effect op mij is. Van de fluwelen handschoentjes waarover ik in het tweede deel van het drieluik heb geschreven, heeft zij 8 paar liggen. Voor iedere dag een, en een reserve paar mocht er eens eentje kwijt raken. Ik wil ook geen moeilijke discussies met haar aan gaan. Zij is ‘de moeder’ niet ‘de criticus.’ Een veilig nest waar ik altijd terecht kan.

Mijn moeder is een trouwe lezer van dit blog en zal altijd zeggen dat ze het een goed stuk vond. Nooit zal ze negatief commentaar leveren. Vaak belt ze me speciaal op om me te complimenteren en ik waardeer dat iedere keer weer, hoewel dat misschien niet altijd duidelijk is. Ik vind het lastig om mensen die ik persoonlijk ken een kijkje te geven in mijn binnenste. Ik ben niet zo’n open boek als sommigen misschien denken, maar hou bepaalde dingen graag voor mijzelf. Volgens mijn eigen analyse is dat de onzekerheid is die parten speelt en het lichte gevoel van minderwaardigheid dat latent aanwezig is. Voor mijn directe omgeving ben ik redelijk gesloten. Ik praat graag, maar vermijd de echte onderwerpen en ben daar inmiddels een ster in geworden. Schrijven is een heel ander verhaal, dat is makkelijker. Daar zie je de reactie van een ander niet op het gezicht en hoef je ook niet op een ander te reageren. Als je bij het schrijven in tranen uit barst is dat niet erg, want niemand ziet het. Doe je dat in een gesprek, is dat ongepast. Mijn moeder leest dus altijd mijn blogs en zo las ze ook mijn blog over ‘de criticus.’ En een paar dagen geleden, op haar verjaardag, wist ze me te vertellen dat ze trots op me was. Zo, uit het niets. En hoewel ik weet dat ze dat is, is het toch bijzonder te horen. Ik schrok een beetje en wist niet zo goed te reageren, maar wel wist ik haar te bedanken. Gelukkig. Zij weet wat ik wil horen en geeft me het gevoel begrepen te worden.

De in mijn drieluik beschreven rollen zijn stuk voor stuk waardevol en ieder op zijn eigen wijze. Maar het meest waardevol is het samenspel tussen deze rollen. Ze zorgen voor een juiste balans in het leven die af en toe door slaat, maar door een opduikend advies, mening, of aai over de bol gemiddeld netjes in het midden uit komt.

Zowel mijn vader, broers, vrienden en vriendinnen hebben allen een rol die in het drieluik beschreven is. Het gaat niet om de naam, het gaat om de functie. Een vriendin kan ‘de moeder’ zijn, een vader ‘de PPG-er’

Ik, Olivier heeft ook een Facebook pagina. Naast het blog vind je meer informatie.

Deel twee uit het drieluik: ‘De Criticus’

In deel twee van het drieluik ‘Bijzondere rollen in het leven van…’ waarin ik een drietal rollen van mensen uit mijn omgeving beschrijf, staat de criticus centraal.

In het eerste deel van mijn drieluik stond de PPG-er centraal. Hierin stelde ik dat iedere ouder beschikking zou moeten hebben over iemand die in moeilijke tijden met praktische tips komt, handvatten biedt en hier en daar een schouderklopje uit deelt. Altijd vanuit het positieve benaderd, goed voor het ego.
In het tweede deel uit mijn drieluik staat ‘de criticus’ centraal. Iemand die geen blad voor de mond neemt en niet schroomt tegen strakke en gevoelig liggende denkbeelden te schoppen. Het liefst iemand met een gezond kind dat netjes in de pas loopt. Hoewel het niet altijd makkelijk zal zijn: Ik kan hem iedereen aanraden.

‘Waarom?’ hoor ik je denken. ‘Levert dat geen emotionele discussies op?’ Ja, dat zeker, maar kan rechtlijnige denkbeelden doorbreken en het zet je, wanneer je daar open voor staat, aan het denken. Ik merk dat ouders met een kind dat anders is door hun directe omgeving vaak met fluwelen handschoentjes worden behandeld en dat er veel mee-gepraat wordt. Weinig kritisch, altijd begripvol, of men het nou begrijpt, of niet. Niet gek; het betreft een kind dat enorm dierbaar is en een andere mening kan al snel worden opgevat als een aanval. Er worden dan ook niet snel openlijk vraagtekens geplaatst bij bepaalde keuzes en discussies worden vermeden. Alles om elkaar maar niet voor het hoofd te stoten. Zonde, want we zouden veel van een andere mening kunnen leren.
Laat ik voorop stellen dat ik hier heel hard aan meewerk door op mijn achterste poten te gaan staan en de deur gelijk dicht te gooien wanneer er bepaalde opmerkingen worden gemaakt. Bij mij is het niet snel goed wanneer mensen ‘iets’ over Down weten te vertellen. De “Ze zijn allemaal zo…” kan ik niet meer horen, van het woord ‘mongool’ krijg ik de kippenvel op mijn rug en een positieve houding ten opzichte van prenatale screening kan je beter maar voor je houden.
En dáár komt de rol van de criticus om de hoek kijken. Iemand die je er voor zorgt dat de ratio de overhand neemt en het gevoel iets naar de achtergrond weet te plaatsen. Niet uitschakelen, maar relativeren, en dat is soms noodzakelijk om verder te kunnen. Die je, zonder angst iets verkeerds te zeggen, uit kan leggen dat er ook een andere kant aan het verhaal zit en er voor zorgt dat je verder kan kijken dan de hokjesgeest waarin je misschien uit zelfbescherming iets te lang bent blijven hangen.

Want bedoelen die mensen het allemaal wel zo verkeerd wanneer ze zeggen te weten dat alle kinderen met Down zo muzikaal zijn? Zien mensen Olivier voor zich wanneer ze het woord ‘mongool’ gebruiken en wijs je Olivier af wanneer je een keuze maakt een kind met Down weg te laten halen?
Het feit dat er mensen zijn die een kind met Down laten weghalen doet niets af aan mijn mooie kind, al voelt dat anders. Het maakt Olivier niet minder lief, minder mooi of minder gewenst. Het feit dat anderen een andere beslissing zouden nemen kan iets zeggen over de gezinssituatie (kan het gezin het aan?), over hun kijk op de vraag wanneer een foetus een écht mensje is, of de kijk die zij hebben op het leven met Downsyndroom (weten ze waar ze nee tegen zeggen?). Je kunt niet in hun hoofden kijken en mag niet over hen oordelen. Net zo min als zij over ons mogen oordelen. Zo erger ik me altijd aan het gejuich van ouders met een kind met Down wanneer een andere ouder met een kind met Downsyndroom heeft beslist bij een tweede kind (ook) niet te testen Want: Daarmee zou je je eerste kind te kort doen. Is dat eigenlijk wel zo? Doe je je eerste kind met Down juist niet te kort wanneer je nóg een kind met Down krijgt? Het antwoord hierop kan zowel positief als negatief zijn en is totaal afhankelijk van de gezinssituatie waar de kinderen opgroeien. Ook hier kunnen wij als buitenstaanders niet over oordelen.

In de voorgaande alinea spreek ik met mijn verstand en heb ik mijn emotie achterwegen gelaten. Dat is heel lastig voor mij als persoon, als moeder van een kind met Down en als moeder die óók na heeft moeten denken over het al dan niet prenataal laten screenen van onze tweede zoon. Ik vind het lastig deze emotie naar de achtergrond te drukken wanneer ik in discussies rondom Down beland, maar denk geleerd te hebben het te benoemen. Of dat daadwerkelijk zo is zal in de toekomst moeten blijken bij een volgende discussie met een criticus.

Ik, Olivier heeft ook een Facebook pagina. Naast het blog vind je meer informatie.

Deel een uit het drieluik: ‘De PPG-er’

In deel één van het drieluik ‘Bijzondere rollen in het leven van…’ waarin ik een drietal rollen van mensen uit mijn omgeving beschrijf, staat de ppg-er centraal.

Al bijna twee jaar hebben wij een PPG-er (praktisch pedagogische begeleidster) die naast dat ze de begeleiding op zich neemt bij de methode ‘Kleine Stapjes’ ons adviseert bij opvoedkundige vraagstukken. De door het CIZ afgegeven indicatie vertelt ons dat we recht hebben op 1,9 uur per week aandacht van deze lieve dame, maar wij zien haar zo eens in de paar maanden. En soms, wanneer we in een drukke periode zitten, handelen we het telefonisch af.

Dinsdag, op de laatste dag van onze huidige indicatie, hadden we een afspraak gepland. Ik had haar gevraagd te komen, omdat ik de laatste paar maanden geregeld worstel met de peuterpuber. Olivier lijkt het soms lastig te vinden dat er nog een kleintje in huis is die aandacht verdient en gaat wanneer ik mijn handen vol heb op boevenpad. Hij weet mijn snaren goed te raken en de momenten waarop ik druk ben te gebruiken voor zijn boevenstreken. Het zijn redelijk onschuldige dingen als het aan de haal gaan met de afstandsbediening, op de bank staan en de flatscreen gebruiken als hamertje tik, maar stuk voor stuk niet de bedoeling. Vaak schudt hij eerst zijn hoofdje en zijn vingertje om te laten zien dat hij weet dat hij iets gaat doen wat niet mag. Ik twijfel er dan ook niet aan of hij wel weet waar de grenzen liggen, die zijn hier in huis heel helder. Nee is altijd nee. Maar de manier waarop ik reageer laat af en toe te wensen over. Soms zit ik met de handen in het haar, voornamelijk wanneer ik een paar zware nachten met Sidney achter de rug heb. Dan is mijn geduld redelijk snel op en wil ik nog wel eens iets minder pedagogisch verantwoord reageren. Het resultaat is vooraf goed te voorspellen; de peuterpuber schiet in de contramine. Ik ken de regels en weet dat ze werken, maar het handelen hier naar is niet altijd even makkelijk.

Dat ik hier niet alleen in sta is wel duidelijk. Ik hoor en zie bijna iedere peuterpuberouder zuchten, steunen en worstelen en bijna allemaal zeggen ze: “Maar bij óns is het echt heel erg, veel erger dan bij anderen.” Hier uit spreekt een hoop frustratie en onmacht. Hoewel ik Olivier regelmatig achter het behang kan plakken en het vaak erg moeilijk vind om hem zo dwars te zien, ben ik blij dat hij deze fase door gaat. Hij verkent zijn grenzen en wij zullen deze grenzen heel helder moeten blijven maken. Niet 20 keer, maar honderden keren. Het leert me veel over Olivier, maar misschien nog wel meer over mij zelf. Mijn gedrag heeft onmiddellijke weerslag op hem. Of ik nou vrolijk, of ongedurig ben, ik zie het terug in Olivier.

Wij zitten net als iedere ouder regelmatig met opvoedkundige vraagstukken en wij hebben het geluk een PPG-er te kunnen raadplegen. Zij heeft me dinsdag weer een aantal handvatten gegeven waarmee we voorlopig weer vooruit kunnen. Realistisch en stuk voor stuk makkelijk toepasbaar. Iedere ouder met kinderen in een lastige fase zou zo’n dame of heer over de vloer moeten hebben. Het brengt inzicht. Inzicht in je kind, inzicht in je eigen handenen en functioneren en vooral ook zelfvertrouwen in je functioneren als ouder. Voor ons was dit de enige indicatie die wij in die twee en een half jaar hebben aangevraagd en hij was het dubbel en dwars waard. Nu maar hopen dat hij geherindiceerd wordt…

Ik, Olivier heeft ook een Facebook pagina. Naast het blog vind je meer informatie.