In deel drie van het drieluik ‘Bijzondere rollen in het leven van…’ waarin ik een drietal rollen van mensen uit mijn omgeving beschrijf, staat ‘de moeder’ centraal.
Mijn moeder is gek op haar kleinzoons, dat was vanaf dag één al duidelijk. Het liefst had ze om de hoek gewoond, maar dat is helaas niet het geval en het ziet er ook niet uit dat dat gaat gebeuren. Ook voor haar was het schrikken dat Olivier Downsyndroom had, maar ik heb het idee dat zij al snel aan het feit gewend was. Ook zij had een beeld van Down wat bijgesteld moest worden. Ook zij wist te vertellen dat ‘ze allemaal zo…’ zijn, maar inmiddels weet ze wel beter en doet erg haar best niet meer in deze valkuil te stappen.
Mijn moeder heeft een mening, maar ze zal deze in tegenstelling tot ‘de criticus’ weloverwogen ventileren. En dat is fijn. Mijn moeder heeft niet de drang dingen te zeggen ‘omdat het nou eenmaal kan.’ Nee, zij zal zich eerst bedenken hoe het over komt en wat het effect op mij is. Van de fluwelen handschoentjes waarover ik in het tweede deel van het drieluik heb geschreven, heeft zij 8 paar liggen. Voor iedere dag een, en een reserve paar mocht er eens eentje kwijt raken. Ik wil ook geen moeilijke discussies met haar aan gaan. Zij is ‘de moeder’ niet ‘de criticus.’ Een veilig nest waar ik altijd terecht kan.
Mijn moeder is een trouwe lezer van dit blog en zal altijd zeggen dat ze het een goed stuk vond. Nooit zal ze negatief commentaar leveren. Vaak belt ze me speciaal op om me te complimenteren en ik waardeer dat iedere keer weer, hoewel dat misschien niet altijd duidelijk is. Ik vind het lastig om mensen die ik persoonlijk ken een kijkje te geven in mijn binnenste. Ik ben niet zo’n open boek als sommigen misschien denken, maar hou bepaalde dingen graag voor mijzelf. Volgens mijn eigen analyse is dat de onzekerheid is die parten speelt en het lichte gevoel van minderwaardigheid dat latent aanwezig is. Voor mijn directe omgeving ben ik redelijk gesloten. Ik praat graag, maar vermijd de echte onderwerpen en ben daar inmiddels een ster in geworden. Schrijven is een heel ander verhaal, dat is makkelijker. Daar zie je de reactie van een ander niet op het gezicht en hoef je ook niet op een ander te reageren. Als je bij het schrijven in tranen uit barst is dat niet erg, want niemand ziet het. Doe je dat in een gesprek, is dat ongepast. Mijn moeder leest dus altijd mijn blogs en zo las ze ook mijn blog over ‘de criticus.’ En een paar dagen geleden, op haar verjaardag, wist ze me te vertellen dat ze trots op me was. Zo, uit het niets. En hoewel ik weet dat ze dat is, is het toch bijzonder te horen. Ik schrok een beetje en wist niet zo goed te reageren, maar wel wist ik haar te bedanken. Gelukkig. Zij weet wat ik wil horen en geeft me het gevoel begrepen te worden.
De in mijn drieluik beschreven rollen zijn stuk voor stuk waardevol en ieder op zijn eigen wijze. Maar het meest waardevol is het samenspel tussen deze rollen. Ze zorgen voor een juiste balans in het leven die af en toe door slaat, maar door een opduikend advies, mening, of aai over de bol gemiddeld netjes in het midden uit komt.
Zowel mijn vader, broers, vrienden en vriendinnen hebben allen een rol die in het drieluik beschreven is. Het gaat niet om de naam, het gaat om de functie. Een vriendin kan ‘de moeder’ zijn, een vader ‘de PPG-er’
