
Nu het zo koud is denk ik nog wel eens aan hoe het leven had kunnen zijn wanneer Olivier geen Downsyndroom had gehad. Het blijft gissen, maar vrijwel zeker is dat het er heel anders uit had gezien.
Anderhalf jaar geleden stonden we op het punt om naar Australië te emigreren. De weg daar naartoe was een lastige: Veel, heel veel papier werk, regeltjes, testen, een scriptie schrijven en een hoop vertaal werk. Al met al is het een proces van twee jaar geweest waar, op een medische test na, zo goed als een eind aan gekomen was.
In 2001 zette ik voor het eerst voet aan Australische grond, Melbourne om precies te zijn. Ik was op slag verliefd op het land. Op de geur, de sfeer, de mensen. Ik heb dieren gezien waarvan ik het bestaan niet wist, dingen gedaan waarvan ik nooit had gedacht die ooit te zullen gaan doen en steden bezocht waar zelfs Floortje Dessing nog niet was geweest. We hebben er een maand rondgetrokken, veel gezien, veel meegemaakt en een ding wisten we zeker: Hier komen we terug.
In 2004 zette ik voor de tweede keer voet aan Australische grond met als doel delen van het land te verkennen die we niet eerder hadden bezocht. We maakten een driedaagse zeiltocht op het Great Barrier Reef, werkten mee op een cattle farm, reden paard in de bush, bezochten een voorstelling van Romeo and Juliet in The Opera House en genoten van de zon, zee en de mensen.
Gedurende beide bezoeken probeerden we ons voor te stellen hoe het zou zijn om er te wonen, maar steeds kwamen we tot de conclusie dat het niets voor ons zou zijn; vakantie vieren is toch iets heel anders dan in een land te werken en te wonen.
Na ons vierde bezoek in 2007 (in 2005 zijn wij nog een keer geweest) hebben we besloten er toch voor te gaan: We wilden emigreren. Op de vraag waarom toen wel kan ik alleen maar antwoorden: ‘Omdat het kon.’ Je leeft maar een keer en wij realiseerden ons dat dit het moment was: Geen kinderen, geen koophuis en belangrijker nog: We voldeden aan de strenge criteria die de Australische regering stelde.
Al snel vonden we een agent, een Nederlander gevestigd in Australië die ons zou begeleiden in het krijgen van een visum. JW moest een RPL schrijven; een soort scriptie om aan te tonen dat hij de benodigde ICT kennis in huis had. We haalden beiden mooie cijfers voor onze IELTS test, een Engelse test om aan te tonen dat onze spreek-, schrijf- en luistervermogen in het Engels op niveau was en we vulden veel, heel veel formulieren in. Gedurende ons traject paste de Australische overheid de voorwaarden voor een grote groep visa aan. Wij moesten, wilden we nog kans maken, ons beperken tot een visum voor de regio ACT, Canberra. Niet onze droom, maar al snel pasten we onze verwachtingen en dromen aan en keken we uit naar een vertrek naar Canberra. We schreven de verplichte motivatiebrief welke positief werd ontvangen door de gemeente en deden na twee jaar in de procedure te hebben gezeten de nieuwe aanvraag de deur uit. Nu was het alleen nog een kwestie van wachten.
In mei dat jaar werd Olivier geboren. De mooiste baby die ik ooit gezien had en die was van mij! Ik had hem maar heel kort gezien, maar wist gelijk dat dit mooie mannetje mijn leven zou veranderen. In welk opzicht was op dat moment alleen nog niet helder. Ook realiseerde ik me nog niet dat het moeten aanpassen van de toekomstplannen me zo zwaar zou gaan vallen. Alle plannen konden de kliko in en twee jaar van hard werken en nog harder dromen werden in een veeg weggevaagd.
Australië geeft mensen met het Downsyndroom geen visum anders dan een reisvisum en daar waren we van op de hoogte. Veel mensen hebben mij gevraagd of ik hier niet vreselijk kwaad over ben geweest; het was toch een vorm van discriminatie. Maar het weigeren van de Australische overheid van mensen met het Downsyndroom is iets wat me nooit boos heeft kunnen maken. Wij kenden de regels en hebben gekozen om het spel te spelen. Boos worden zou mij in mijn ogen een slechte verliezer maken, dit terwijl we zo veel hadden gewonnen, namelijk Olivier. We hebben er nog vaak over gesproken en steeds weer konden we de zelfde conclusie trekken: Wanneer we alles vooraf hadden geweten, zouden we het exact zo hebben gedaan. Wij wilden graag emigreren, maar liever nog wilden wij een kindje.
De emigratieprocedure heeft ons veel energie gegeven. Het heeft ons laten nadenken over de toekomst, over de richting die we met ons leven op wilden gaan. Wij wilden alles, een totaalpakket, maar kregen veel meer dan dat. Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht en doen beseffen dat er maar een ding belangrijk is in het leven: Ons gezin, met alles er op en er aan.
Ik, Olivier heeft ook een Facebook pagina. Naast het blog vind je meer informatie.