Op maandag 12 december zond de NCRV een discussie uit tussen een drietal (ervaringes)deskundigen op het gebied van Downsyndroom. Het onderwerp was de (on)mogelijkheden van mensen met Downsyndroom. Hoewel ze het in grote lijnen met elkaar eens waren, bleek uit de woorden van een Hoogleraar die een oudere zoon met Down heeft, dat hij vond dat veel ouders doorsloegen in het oefenen en begeleiden van hun kind.
Wanneer ik naar onszelf kijk vind ik niet dat we doorslaan in de begeleiding van Olivier. De fysio hebben we nu zo goed als een jaar niet meer gezien en wij leren hem spelenderwijs vaardigheden aan. Logopedie is waar we ons nu op richten, omdat wij het van groot belang vinden dat Olivier zich kan uiten. Want: Niet kunnen uiten betekent frustratie en kan leiden tot agressief gedrag. Hoe wij met Olivier omgaan is wat ik in de meeste gezinnen met een kind met Down terug zie; vaardigheden bijbrengen, maar vooral het kind kind laten zijn.
Regelmatig bevind ik me in discussies over Down en de participatie van mensen met Down in de maatschappij en ik merk dat er vaak nog erg ouderwetse denkbeelden heersen. Kinderen met Down zouden niet op het regulier onderwijs thuis horen. Deze kinderen zouden te veel op de tenen moeten lopen, gefrustreerd raken en uiteindelijk gedragsproblemen gaan ontwikkelen. De ouders die hun kind op het reguliere onderwijs zouden willen plaatsen zouden dit doen om hun kind normaal te laten lijken, terwijl het kind nou eenmaal niet normaal is. En er zijn toch speciale scholen voor dit soort kinderen? Daar zijn ze écht beter op hun plek. De klassen zijn er immers een stuk kleiner. Dat geen enkel kind met Down het zelfde is en en net zo veel variatie in kinderen met Down zit als in kinderen waar niets aan mankeert, wordt hierin voor het gemak maar vergeten. De grootte van de groep zegt niets over het aansluiten van het onderwijs op de behoeften van het kind.
Het hebben van Down op zich is geen reden om een kind niet regulier te laten gaan. Het zijn de bijkomstige factoren die het volgen van regulier onderwijs in de weg kunnen zitten. Hoe verstandelijk beperkt is het kind, of: In welke mate het kind in staat informatie op te nemen en zich eigen te maken? Moet het kind ondanks de beschikbare hulp op de tenen lopen om mee te kunnen komen en zit het niet lekker in het vel? En laten we de mogelijkheden en welwillendheid van de school niet vergeten. Een leerkracht moet open staan om te leren van het kind, ouders en zorgverleners en dat kan een behoorlijke uitdaging zijn wanneer het kind met Down niet het enige kind in de klas is dat een net even andere aanpak behoeft. Daarnaast kan een leerkracht wel willen, maar zonder de beschikbare kennis en hulp in huis is de kans van slagen klein. Zeker nu er door bezuinigingen ontslagen gaan vallen binnen het basisonderwijs. Het vergt inlevingsvermogen, geduld en tijd. Maar vaak is de oplossing niet zo lastig en is het een kwestie van het aanbieden van de juiste methode en het begrip hebben voor het feit dat het kind het vaak wel snapt, maar dat het moeite heeft met dat verbaal kenbaar te maken. De reden waarom kinderen met Down niet altijd welkom zijn op het reguliere onderwijs komt voort uit onwetendheid, gebrek aan kennis, geld, middelen, handvatten, ondersteuning en uit angst het ‘gemiddelde’ kind te kort te doen. Hoewel ik er van overtuigd ben dat er veel kinderen op hun plek zijn in het cluster onderwijs, ben ik er nog harder van overtuigd dat er ook een grote groep kinderen is die een clusterindicatie zouden kunnen krijgen, maar gewoonweg beter op hun plek binnen het reguliere onderwijs zijn.
Gisteren liep ik tegen een filmpje aan op de website van ‘De volgende Stap’ over basisschool De Korenaar in Eindhoven die een aparte groep heeft ingericht voor kinderen met Downsyndroom. Het filmpje is hier te zien.
De kinderen hebben een eigen lesrooster, eigen leerkrachten en onderwijskundige uitgangspunten en daarnaast doen ze individueel, of in een klein groepje mee aan bepaalde lessen van de reguliere groep. In mijn ogen is dit een zeer goed bedoelde poging tot integratie, maar niet het hoogst haalbare. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat een kind met Down, mits het voldoet aan bepaalde eisen (bv de mate van leerbaarheid, mate van verstandelijke beperking, gedrag van de leerling etc.) een plekje binnen een reguliere klas moet kunnen krijgen. Niet alleen om zo kinderen met Down een kans te geven écht op het kunnen optrekken aan andere leerlingen en integratie, maar ook om de ‘normale’ kinderen en leerkrachten te laten leren van kinderen die anders zijn en daardoor anders leren. Niet voor een paar momenten in de week, maar volledig. Niet de kinderen met Down de buitenstaander laten spelen die een paar uurtjes in de week een kijkje mag komen nemen in het ‘normale’ leven. Dit vergt wel wat van een leerkracht en brengt verplichtingen voor de ouders met zich mee. Daarnaast zullen andere specialisten betrokken moeten worden. Dit kan zowel vanuit het SO als uit de zorgverlenende kringen komen (denk aan logopedist, gedragsdeskundige etc.) Ze zullen een team moeten vormen waarbij het nut en de toegevoegde waarde van het inclusief onderwijs door alle partijen gesteund moeten worden. Kan ik mij dan helemaal niet vinden in dit project? Nee, dat is het niet. Ik zou het een fantastisch initiatief vinden wanneer kinderen met Down die ondanks alle inzet van school en ouders op het reguliere onderwijs niet redden op deze manier toch een plekje binnen het reguliere onderwijs kunnen krijgen.
Gisteren kwam ik in contact met de heer Gust Dens. Hij heeft enige jaren geleden voor het Vlaams onderwijsministerie een rapport gemaakt van een tweejarig project over de integratie van vooral Downsyndroom leerlingen in de reguliere school. Daarin worden nagenoeg alle relevante factoren die slagen of mislukken bepalen aangeraakt. Het rapport is zeker het lezen waard en is HIER te vinden.
Gelukkig is onze ervaring bij het aanmelden op een reguliere basisschool erg positief en hebben wij een school getroffen die ervaring heeft met leerlingen die anders leren. Zij zien de meerwaarde en wij zullen er samen alles aan doen om het voor iedereen goed te laten verlopen. Zij zijn al jarenlang het bewijs dat volledige inclusie mogelijk is en ik prijs me gelukkig dat wij deze school in de gemeente hebben. Hoe dat zal zijn wanneer Olivier vier is kunnen we nu nog niet voorspellen. Ook zij krijgen te maken met alle bezuinigingen. Maar de goede wil en de kennis is er, dat is het voornaamste.
Ik, Olivier heeft ook een Facebook pagina. Naast het blog vind je meer informatie.