Het waren een paar hectische weken. Niet omdat ik nou zo veel afspraken had, maar omdat mijn hoofd over liep van gedachten en overpeinzingen. “Dat hebben we allemaal wel eens” hoor ik wel eens en dat klopt, maar bij mij staat het nooit stil. En ook dat hebben we allemaal wel eens. Juist: wel eens.
Een gesprek herhaalt zich honderden keren in mijn hoofd. Wat zei de een, wat zei ik en wat zei de ander. Wat had ik kunnen zeggen, wat beter niet en waarom zijn de dingen gezegd die gezegd zijn. Klinkt als zware gesprekken, maar dat hoeft helemaal niet. Het kunnen ook alledaagse ‘lekker weertje hè’ gesprekken zijn, of een gesprekje dat ik vandaag bij de HEMA had over de twee lachende gezichtjes in de kinderwagen. Een paar van die gesprekjes in combinatie met een paar beslissingen die genomen moeten worden en taken die op me liggen te wachten zorgen voor geestelijke uitputting. ‘Je maakt je het jezelf onnodig moeilijk’, hoor ik al sinds mijn kindertijd. ‘Laat het los’, ‘parkeer het’, ‘ga op yoga’ en ‘verjaag de beren’. Dat het niet zo simpel ligt weet ik wel, maar gaat er bij anderen soms moeilijk in. Die gedachten maken dat ik er niet altijd bij ben, niet kan focussen. Dat dingen laat (of niet) door komen en niet gelijk de verbanden leg die overduidelijk aanwezig zijn. Het kan als onnozel en soms wat dommig overkomen, maar het is een gebrek aan ruimte en zegt niets over intelligentie.
En het normale leven buiten mijn hoofd gaat ook gewoon door. Wassen, opruimen, kinderen, man en vrienden. Ik zie ze als ‘taken’. Het huis moet schoon gehouden worden, boodschappen gehaald en aan vrienden besteed je aandacht. Sommige van deze taken zijn leuk, laat dat duidelijk zijn, maar moeten gepland worden anders verlies in grip. Het is geen natuurlijk proces, omdat er geen plek meer is voor het natuurlijk proces in mijn hoofd. Voor een buitenstaander klinkt het vreemd en waarschijnlijk wat kinderlijk, want je kunt toch gewoon en dag indelen en taken afhandelen? En dat klopt ook wanneer je een ‘normaal’ mens bent.
Ik beschrijf het altijd met een metafoor en noem het: ’Het afwas syndroom’.
Stel je hebt 10 vrienden te eten gehad. Leuke avond, latertje, moe, iedereen kent het wel. De ochtend daarna staat je moeder al vroeg op de stoep en alles moet dus die nacht nog worden opgeruimd. Maar dan blijkt dat de vaatwasser stuk is en je alles met de hand moet doen. Een enorme berg tornt boven je uit, overal wat, chaos. Je voelt lichte paniek opkomen en je wordt overspoeld door het ongeorganiseerde. Zo voelt het voor mij wanneer er geen heldere dagindeling is en dagelijkse bezigheden ongestructureerd zijn. Wanneer er te veel op mijn bord ligt (en dat kan een kwestie van een gewone dag zijn) en wanneer er naast een paar afspraken een stapeltje administratie op me ligt te wachten blokkeer ik en kan ik niets meer totdat iemand me helpt structuur aan te brengen. Een ‘normaal’ mens zal in de afwasmetafoor schrikken, maar het koppie er bij houden en gaan stapelen. Kopjes bij de kopjes, borden bij de borden en bestek bij het bestek. Het overzichtelijk maken. Ik stapel niet, ik verlies het overzicht en zet het op een rennen . Ik klap dicht en ga lamgeslagen op de bank zitten. Het hoofd loopt over, het is chaos waar ik geen structuur in kan krijgen.
Doe ik dan helemaal niets op zulke dagen? Nee, zo erg is het niet. Ik heb leren (over)compenseren. Wanneer ik taken heb liggen en te lang geblokkeerd ben geweest ga ik rennen als een dolle om alles toch nog voor elkaar te boksen. Taken worden in no-time afgerond. Soms half en nooit in een goede volgorde. Alles wordt tegelijk op- en aangepakt. Wat op dat moment mijn aandacht heeft gaat voor en dat kan van het een op het andere moment zo maar veranderen. Het resultaat is half werk en een totale uitputting die een paar dagen duurt en begin weer van voren af aan.
Ik raak veel kwijt en zoek me een ongeluk naar sleutels, mijn portemonnee, paspoort. Als ik de tijd die ik kwijt was aan zoeken aan het schrijven zou besteden had ik binnen een maand een boek van 500 pagina’s af. Ik raak hevig overprikkeld door te veel visuele impulsen en harde geluiden, maar wanneer het ‘mijn’ muziek betreft kan het me niet hard genoeg zijn. Ik hekel chaos, maar creëer het wel. Ik droom, denk en dwaal en heb een concentratievermogen van niets. Ik stuntel, struikel en bots, maar ik ben ook een creatieve doorzetter. Ik bijt me vast en zo lang het me boeit ga ik er in volle vaart voor.
Het gekke is dat ik me enorm kan concentreren wanneer ik me met een voor mij interessant onderwerp bezig ben. Schrijven bijvoorbeeld zorgt voor rust en daar kan ik me uren op focussen. Ik bevind me dan in een soort vacuüm en ben even van de wereld. Vroeger was vissen mijn vacuüm. Uren staren naar mijn dobber, niet gestoord kunnen en willen worden door wie dan ook. En omdat vrouwen niet vissen ben ik mijn heil elders gaan zoeken en zet ik me onder andere in voor een juiste beeldvorming rondom het Downsyndroom.
Vroeger werd het dromerige en blokkerende gedrag luiheid genoemd, of desinteresse, maar het slaat de plank volledig mis. Het is een afwijking in de werking van de neurotransmitters zo leerde ik onlangs van een deskundige. En deze man wist me ook te vertellen dat ik waarschijnlijk medicatie nodig heb die orde op zaken in mijn bovenkamer zal gaan stellen. De echte officiële diagnose stelt hij over anderhalve week, maar er zullen een paar mensen hun schoen gaan opeten wanneer er niet de diagnose ADD gesteld gaat worden. En zo zijn we weer een stap verder op weg naar genezing.
Ik ben niet gek, vreemd, of dom, er zit gewoon een heel klein steekje los.
Waarom dit blog op een site waar beeldvorming rondom Downsyndroom centraal staat? Om net als bij mijn eerdere blog over depressie openheid te creëren rondom psychische problematiek. Er over praten zorgt voor bewustwording en acceptatie, wegstoppen voor problemen.
